De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft stevige kritiek op de manier waarop politieteams in Nederland informatie over burgers verzamelen. Volgens de toezichthouder ontbreekt een duidelijke wettelijke grondslag voor de werkwijze van de Teams Openbare Orde Inlichtingen. De AP dringt aan op aanpassing van de wet of stopzetting van deze activiteiten.
Geheime rapportage
De waakhond deed onderzoek naar de methoden van de zogeheten TOOI’s. Uit interne bevindingen blijkt dat de teams gegevens verzamelen over burgers en organisaties zonder specifiek juridisch kader. Hoewel het volledige rapport vertrouwelijk blijft, bevestigt de AP in een brief aan de Tweede Kamer dat de politie daarmee de grenzen van de wet overschrijdt.
Doel van de teams
De TOOI’s opereren binnen regionale politiekorpsen en richten zich op het voorkomen van ordeverstoringen, zoals mogelijke rellen of demonstraties. Daarbij maken ze gebruik van informanten en observeren ze situaties die tot maatschappelijke onrust kunnen leiden. Hun inzet gebeurt onder verantwoordelijkheid van burgemeesters, maar de juridische basis voor dat werk is volgens de AP te vaag.
Onvoldoende wettelijke basis
De politie beroept zich momenteel op artikel 3 van de Politiewet om het verzamelen van gegevens te rechtvaardigen. Dat artikel beschrijft slechts in algemene zin dat de politie moet bijdragen aan de handhaving van de rechtsorde en hulp moet bieden aan wie dat nodig heeft. Volgens de AP is die bepaling onvoldoende concreet om het verwerken van persoonsgegevens te onderbouwen.
Dataverzameling
De politieleiding en het ministerie van Justitie en Veiligheid bestuderen het oordeel. Mogelijke oplossingen zijn een aanpassing van de wet of een duidelijke instructie om dataverzameling tijdelijk te beperken. Kamerleden hebben al om een openbaar debat gevraagd. De AP benadrukt dat bescherming van persoonlijke gegevens een grondrecht is en dat vertrouwen in de overheid afhangt van zorgvuldig gebruik van informatie.

